Een muskaatnoot is eigenlijk geen noot maar de zaadkern van een vlezige vrucht die er ongeveer als een perzik of een abrikoos uitziet en die aan de tropische muskaatboom groeit. Rond de pit zit een rood vlies, de foelie. De geschiedenis van de muskaatnoot loopt ongeveer parallel met die van de kruidnagel. Toen Pierre Poivre enkele kruidnagelboompjes wist te bemachtigen bracht hij ook enkele muskaatnootbomen mee.
De muskaatnoten die bij ons op de markt komen zijn wit bestoven met talkpoeder. Oorspronkelijk verkleurden de noten wit omdat men ze in zeewater en kalk dompelde om zo de kiemkracht te doden. Gewoon door te drogen kiemt de noot niet meer, maar dat wisten ze toendertijd nog niet.
Muskaatnoten worden nu ingevoerd van Maleisië, Sumatra, en de Antillen. Goede muskaatnoten zijn zwaar, niet wormstekig en sterk geurend. Bij een naaldenprik moet de olie zichtbaar worden. Vers geraspte hele noten (nootmuskaat) geven het beste aroma maar voorgemalen nootmuskaat geeft nog steeds een aanvaardbare smaak.
Nootmuskaat wordt in onze streken veel gebruikt, bij witte sausen, worst – en gehaktbereidingen, pureeaardappelen, kroketten, koekjes…
Met dank aan Fons Nicolay voor de achtergrondinformatie.

