- 400 gr vetdeeg (helft van het recept)
- 75 gr boter op kamertemperatuur
- 50 gr suiker
- 2 eieren op kamertemperatuur
- 2 el melk (1/4 dl)
- 100 gr bloem
- 2,5 gr bakpoeder
- citroenzeste naar eigen smaak
- vanilleessence naar eigen smaak
- 1 appel (bvb jonagolden)
- 2 eetlepels gesmolten boter
- bloemsuiker in een strooibus
Materiaal
- 1 taartvorm van 24 cm
Bereidingswijze
- Mix de boter met een mixer of garde ‘zalvig’. Je kan de boter ook in een pannetje op het vuur heel zachtjes laten smelten. Je moet er wel op letten dat hij niet vloeibaar wordt !
- Voeg de suiker en de citroenrasp toe en mix grondig
- Meng 1 voor 1 de eieren eronder
- Voeg de melk toe
- Zeef de bloem en het bakpoeder en spatel het onder het beslag
- Schil de appel, en snij in 6 gelijke delen
- Maak met een scherp mesje inkervingen in de buitenkant van de appelstukjes (zie foto)
- Fonceer de taartringen met het vetdeeg
- Schep het beslag in de taartringen en beleg met de stukken appel (bolle kant naar boven)
- Bak ongeveer 30 minuten in een oven van 210°C
- Op het einde van de baktijd, prik je in het beslag met een keukenmesje of breinaald. Als er geen beslag meer aan het mesje hangt, is de taart klaar.
- Haal onmiddelijk uit de vorm en laat afkoelen op een rooster
- Bestrijk onmiddleijk na het bakken met gesmolten boter
- Strooi bloemsuiker over de taart
- Strijk nogmaals over de appelen met de gesmolten boter. Op deze manier zie zitten de appelen niet verstopt onder de bloemsuiker en wordt het ‘mooier’

